Omgeving

Het dorp is rond 1100 ontstaan en kreeg rond 1190 een kasteel (steen) met daarnaast een kapel, gewijd aan Sint-Jan. Hieraan dankt het zijn naam Sint Jan ter Stene, later Sint Jansteen. Dit zou gestaan moeten hebben op de plaats waar nu de kerk staat, hoewel er in een wei in de Wilhelminastraat ook resten gevonden zouden zijn van een groot bouwwerk. Het dorp had een nauwe band met de stad Gent en het kasteel diende als buitenverblijf van Zeger, burggraaf van Gent. In 1747 is het dorp helemaal platgebrand door buurstad Hulst op bevel van Lt Generaal Pieter de la Rocque in voorbereiding van de verdediging tegen de Franse aanval op Hulst en daarbij werd ook het kasteel verwoest [bron?]. De la Rocque werd veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf op Slot Loevestein voor zijn gedrag bij dat beleg. Het dorp is terug herbouwd maar heeft weinig sporen van voor 1747 overgehouden